Microbiologie
De onderafdeling Microbiologie zorgt voor de bewaking van de hygiënische betrouwbaarheid van drinkwater. Er wordt van uitgegaan dat het drinkwater geen ziektekiemen bevat en microbiologisch geschikt is voor consumptie. Hiervoor worden monsters onderzocht van de winning, tijdens en na de zuivering, uit het leidingnet en bij consumenten thuis.
De expertise en uitrusting zijn aanwezig om met behulp van membraanfiltratie technieken, ophoping, isolatie, kweken en typering van de bacteriën alle watersoorten te onderzoeken. Flessenwater, bron- en mineraalwater, dialysewater en zuiverwatersystemen kunnen eveneens microbiologisch worden onderzocht.
De volgende verrichtingen worden uitgevoerd volgens de EEG drinkwaterrichtlijn en het Waterleidingbesluit:
- Bacteriën van de coligroep
- E. coli
- Enterococcen
- Sporen van sulfietreducerende Clostridia
- Legionella
- Koloniegetalbepalingen bij 22 °C en 37 °C
- Aeromonas
Voor bronwatererkenning en zwemwateronderzoek worden de bepalingen aangevuld met:
- Salmonella
- Pseudomonas aeruginosa
Voor procescontrole, controle op nagroei en zuiverwatersystemen (Ultra Pure):
- Koloniegetalbepaling met verlengde incubatie
- Gisten en schimmels
- Gehalte aan assimileerbare organische koolstof (AOC)
Naast bovengenoemde routinematige bepalingen worden tevens een aantal specifieke bepalingen uitgevoerd:
- Coagulase positieve staphylococcen
- Campylobacter bacteriën
- Aërobe sporenvormers
Voor de verrichtingen wordt verwezen naar de syllabus. In de syllabus is onder andere de accreditatie, een korte beschrijving van de toegepaste methode, de meetonzekerheid en de rapportagegrens per verrichting vermeld.
